Recensie Volkskrant **

Waar het op stukloopt, zijn de te geringe verschillen in sfeer en stemming van de liederen.

Wie zich waagt aan het hercomponeren van Schuberts Winterreise kan per definitie niet in diens schaduw staan en doet er dus goed aan zich verre te houden van het grote voorbeeld. Dat heeft Boudewijn Tarenskeen, die de 24 teksten van Wilhelm Müller op muziek heeft gezet voor zangeres Wende Snijders en pianist Gerard Bouwhuis, zich terdege gerealiseerd. Zijn Winterreise, die vrijdag in het Amsterdamse Muziekgebouw ten doop werd gehouden, lijkt in de verste verte niet op Schubert en ook de uitvoering heeft weinig gemeen met een klassiek liedrecital.

Gerard Bouwhuis is een pianist die niet alleen is gepokt en gemazeld in het betere timmerwerk, maar ook heel fijnzinnig uit de hoek kan komen. En Wende is een zangeres uit een wat lichtere traditie, die desondanks nergens bang voor is. Met zijn tweeën vormen ze, mede aangestuurd door regisseur Gerardjan Rijnders, een hecht opererend team – tot het moment dat Tarenskeen de pianist het zwijgen oplegt en de zangeres het in de laatste tien liederen alleen moet rooien.

Het valt allemaal niet mee. In het eerste deel, dat ongeveer drie kwartier in beslag neemt, is de piano de dragende factor, met soms nauw verholen romantische, dan weer tegendraadsere akkoorden en woelingen. Effectief zijn herhaalde tonen en akkoorden, die klokslagen suggereren. Tarenskeen toont op veel plaatsen sterk gevoel voor de pianoklank, maar er zijn evenveel passages die ten onder gaan in denderende octaven.

Waar het op stukloopt, zijn de te geringe verschillen in sfeer en stemming van de liederen, wat weer alles te maken heeft met de beperkingen van Wendes stem en de manier waarop de componist daarmee omgaat. In dat eerste deel wordt bijvoorbeeld nauwelijks gezongen. Het gaat vaker om een rauw soort ritmische declamatie in de trant van Weill en Brecht, en als de zangeres af en toe ook echte noten mag zingen, klinkt het naar verhouding heel zwakjes. Haar ravengekras is daarentegen indrukwekkend.

Als Tarenskeen eindelijk op een vormvast lied aanstuurt loopt het ook meteen knarsend spaak en staat de pianist aan de kant. Vanaf dat moment resteert er niets dan de nieuwe kleren van de keizer. Wende mag nu wel zingen, maar alleen met een dun en hees stemmetje. De deuntjes die Tarenskeen heeft gemaakt zijn te kinderlijk om langer dan een minuut of wat te boeien, zelfs wanneer hij daar vertwijfeld gestotter en ander hippe deconstructietechnieken op loslaat. Het is dan ook een verademing wanneer de Leiermann, de protagonist van het laatste lied, eindelijk zijn opwachting maakt, al doet de pronte melodie die de componist zijn zangeres daar in de mond legt nog het meest denken aan het volkslied van Noord-Korea.

Frits van der Waa

Winterkoning

Persis Bekkering interviewt vier kunstenaars vanuit hun eigen discipline over Winterreise. “Met ‘Wende zingt Winterreise’ krijgt Schuberts liederencyclus een zoveelste eerbetoon. Wat maakt dat stuk zo bijzonder? Vier kenners leggen het uit.” Enkele delen hieruit:

De zanger – Henk Neven
“Het moeilijke aan de uitvoering is, behalve de lengte, om de balans te vinden. Je moet het met gevoel zingen, maar niet te larmoyant. Ik zing het elke avond weer anders, dat is vantevoren niet te voorspellen. Soms theatraler, soms meer ingetogen. De pianist heeft ook veel in te brengen, want de zang en de begeleiding zijn als een eenheid gecomponeerd, ze zijn allebei even belangrijk.”

De regisseur – Johan Simons
“Ik herken mezelf in de vertwijfeling die de liederen uitdrukken, de ontheemding ook. Dat zijn diepe gevoelens die iedereen weleens heeft, het stuk heeft universele uitdrukkingskracht. Ook al kom je goedgemutst aan in de concertzaal, die stemming neemt je over.”

De dichter – Hans Mirck
“Vooral de muziek raakt me in Winterreise. De originele gedichten zijn eigenlijk niet allemaal goed, ze zijn soms best pathetisch. In een gedicht over eenzaamheid moet je niet ‘ik ben zo eenzaam’ roepen, dat moet je laten zien. Maar Schubert tilt met zijn muziek de tekst boven zichzelf uit, hij maakt het beeldend.”

De componist – Boudewijn Tarenskeen
“Wat me tegenstaat aan Winterreise is vooral de traditie eromheen, de vertolkerscultuur. Als zanger zing je niet alleen de noten van Schubert, maar neem je de zware bagage mee van vertolkers voor je. Ik wilde een stap terugzetten, terug naar de bron. Daarom schreef ik de muziek voor Wende Snijders, die uit de lichte muziek komt en dus die hele traditie niet kent. Zij zingt puur en communicatief, ze verklaart de teksten van Müller met haar performance. Dat komt heel hard binnen.”

‘Het is een duet en een duel tegelijk’

Peter Bruyn interviewt Wende en Gerard Bouwhuis voor Het Parool. Enkele delen hieruit:

“Wie met de liederencyclus van Schubert in het achterhoofd naar onze Winterreise komt, moet wel een hartaanval krijgen”, zegt zangeres Wende Snijders (1978) over de interpretatie van componist Boudewijn Tarenskeen. “Je hoort eigenlijk helemaal geen Schubert”, valt pianist Gerard Bouwhuis (1954) haar bij. “Hij refereert er soms alleen naar; een ritme, een signaal of alleen een bepaald akkoord.”

Snijders: “Boudewijn heeft wel een hang naar het theatrale en het relativerende, al doet hij dat nooit zonder respect. In het stuk zoekt hij voortdurend het conflict op: tussen muziek en publiek, tussen pianist en zanger…” Bouwhuis: “Eigenlijk een duet en duel tegelijk.” Snijders: “Een dialoog. Het heeft alle aspecten van een menselijke relatie in zich.”

De muze als kanonnenvlees

140430Wende2450uIn ‘De Schepping’ van dagblad Trouw vertellen kunstenaars hoe hun werk tot stand komt. Rinske Wels interviewt Wende en Boudewijn Tarenskeen. Enkele delen hieruit:

Het eerste dat Tarenskeen aan Snijders vraagt, is: “Hoe ging het?” Hij is niet bij de repetities betrokken. Bewust. Hij wilde iets schrijven waarvan hij wist dat zij ongeveer de helft zou ‘kapen’, zoals hij dat noemt.

Hoe is de samenwerking ontstaan?
Tarenskeen: “Ik kende Wende van haar chansons, daar zat zoveel energie in. Ik twijfelde: kan ik dat wel aan?”
Snijders: “Je bedoelt dat je me nogal hysterisch vond?”
Tarenskeen lachend: “Ik ben wel wat gewend. Maar ik vroeg me wel af: kunnen wij door één deur? Ik heb een heel andere natuur. Ik ben nogal stil en begrensd en ik sluit me op. Ik schrijf dan wel dingen waarmee ik anderen om de oren sla, maar ik heb een administratieve houding, ben laf.”
Snijders: “Ik vond het mooi dat Boudewijn tegen me zei: ‘Als jij op een podium staat, is iedereen je bondgenoot: je muzikanten en je publiek. Ik wil wel eens kijken wat er gebeurt als iedereen je vijand is.’”
Tarenskeen: “Ja! Dat vind ik nu weer belangrijk. Dat het publiek zich straks afvraagt: wat doet die vrouw hier, met ons erfgoed?!”
Snijders: “Ik ben je schild. Jouw kanonnenvlees.”
Tarenskeen: “Nee, je bent muze en protagonist.”
Snijders: “Maar ik vind kanonnenvlees wel leuk, hoor.”

Heeft u uw ‘Winterreise’ op Wende gecomponeerd?
Tarenskeen: “Dat is onvermijdelijk. De stukken die ik tot nu toe geschreven heb, liggen bij een uitgever. Ze zijn opvraagbaar, iedereen kan het spelen en zingen. Dit niet. Er zit een slot op ‘Winterreise’. Er is er maar één voor wie het geschreven is, en dat is Wende. Als een klassieke zangeres zich eraan zou wagen, slaat het meteen nergens meer op.”

Heeft u veel uitvoeringen beluisterd voordat u hieraan begon?
Snijders: “Nee. Ik kende het stuk ook niet. Is dat erg?” Ze barst in lachen uit. “Ik kon voor mijn gevoel twee dingen doen: of me er heel zwaar in verdiepen en de miljoenen versies luisteren of mij er als een soort naïeve Barbie in storten. Totaal blanco. Alleen maar kijken: wat staat hier nu eigenlijk? Ik doe gewoon alsof dat hele monument van Schubert niet bestaat. Dat moet, anders ga ik ook die kür doen. Hopeloos, want ik kan toch niet zingen als Fischer-Dieskau.”
Tarenskeen: “Die onbevangenheid is alleen maar meegenomen vind ik.”
Snijders: “Maar ik voel me inhoudelijk niet onbevangen. Als ik de gedichten lees, kan ik het heel goed volgen. Het is heel menselijk wat daar staat.”
Tarenskeen: “Het gaat over een man die dood wil. Maar het is volgens jou onduidelijk of hij echt dood wil, toch?”
Snijders: “Ik zie het, als je het abstract bekijkt, als een doorlopend separatieproces. En van wie of wat dat dan is? In ieder geval iets dat enorm veel moeite kost om ervan los te komen. Bij dat constante aantrekken en weg willen, scheuren, komen allerlei grote emoties kijken: angst, depressie, hoogmoed, enthousiasme, melancholie en doodsverlangen.”

Foto: Werry Crone

Wende in ‘Het Klassieke Hart’

Hans Smit presenteert op Radio4 elke werkdag van 9 tot 12 uur het programma ‘De Klassieken’. Wende geeft van 5 tot en met 9 mei 2014 haar invulling aan het onderdeel ‘Het Klassieke Hart’. Hierin staat de favoriete klassieke muziek van een bekende Nederlander centraal. Wende selecteert vijf klassieke werken, waarvan er elke dag om 10.30 uur één klinkt met haar persoonlijke toelichting.

Tarenskeen in ‘Matinee Café’

Op Koningsdag, 26 april 2014, vertelt Boudewijn Tarenskeen over zijn Winterreise. De uitzending op Radio4 volgt op de ZaterdagMatinee en komt van 16.30 tot 18 uur live vanuit het Concertgebouw Café. Een fragment uit de nieuwe compositie zal ook klinken – een primeur!

Opera Magazine: ‘Wende zingt Tarenskeens Winterreise’

Componist Boudewijn Tarenskeen heeft een nieuw werk afgeleverd. Hij schreef nieuwe muziek bij de cyclus Winterreise, op tekst van Wilhelm Müller. Wende Snijders zal de 24 liederen zingen. Half mei is de première in Amsterdam, in januari 2015 volgt de tournee.

Voor de cyclus Winterreise componeerde Franz Schubert in de negentiende eeuw 24 liederen. “Wat Hamlet is voor elke acteur, het Nederlands elftal voor een voetballer, is Winterreise voor elke klassieke zanger”, zo zegt Tarenskeen. Bij dit ‘boegbeeld van de recitalkunst’ maakte de componist nieuwe muziek. Wende Snijders voert het uit, begeleid op de piano door Gerard Bouwhuis.

De componist vindt de zangeres de meest authentieke singer-songwriter van Nederland. Ze zong zijn werk al eerder; in 2012 voerde ze met het Nederlands Kamerorkest Tarenskeens versie van Schönbergs monodrama Erwartung uit.

Hij werkt vaker met niet-klassiek geschoolde zangeressen. Voor Klaagliedjes, dat op tekst van Judith Herzberg afgelopen najaar werd uitgevoerd door muziektheater Hollands Diep, betrok Tarenskeen zangeressen als Mathilde Santing en Lucretia van der Vloot bij zijn werk. Nu vroeg hij Wende Snijders.

Snijders was bij de eerste doorloop, afgelopen februari, enthousiast over wat ze hoorde. Ze reageerde: “Ik was erg onder de indruk en verheug me om het op 16 mei te spelen in het Muziekgebouw aan ‘t IJ.” In de trailer van de voorstelling zegt Snijders dat Tarenskeen “een onwijs mooi stuk” heeft gemaakt. Ze noemt het een interessante, controversiële bewerking van wat Schubert componeerde.

De voorstelling van Tarenskeens werk wordt gemaakt door een team met onder anderen dramaturg Janine Brogt en regisseur Gerardjan Rijnders. Die werkten al vaker samen met de componist.

Boudewijn Tarenskeen maakte van Schuberts Winterreise twee delen. In het eerste wordt de zangeres de berg opgejaagd door de pianist, die haar met een flinke zet de afgrond in duwt. Waar ze in deel één niet zichzelf was, maar een “marionet, gebonden aan het regime van de partituur”, vindt ze in deel twee haar geest terug.

Tarenskeens werk is niet alleen een hedendaagse interpretatie van de cyclus Winterreise, het is ook een commentaar op het liedrecital. De maker belooft dat de liederen songs worden, de gedichten lyrics en dat het recital een performance wordt, een “battle tussen zangeres en pianist”.

De wereldpremière van Winterreise is op 16 mei in het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam. In het nieuwe seizoen zal de productie op tournee gaan door Nederland, beginnend op 3 januari 2015 in Amstelveen.

Door Francois van den Anker, Opera Magazine